Het resultaat van de mediation wordt vastgelegd in een overeenkomst

 

In de mediationovereenkomst is de afspraak gemaakt, dat, als partijen oplossingen voor hun geschil hebben gevonden, dit schriftelijk moet worden vastgelegd in een overeenkomst.

 

Het is van groot belang dat de gemaakte afspraken over de wijze waarop partijen hun geschil oplossen ook echt uitvoerbaar zijn. Hiertoe dient als hulpmiddel het zogeheten SMART-model, afkomstig uit de organisatie- en communicatieleer, dat inhoudt dat de afspraken moeten voldoen aan de criteria:

  • specifiek
  • meetbaar
  • aanvaardbaar
  • realistisch
  • tijdgebonden 

 Voorts dienen de afspraken te worden getoetst aan het zogenoemd NAC-model:

  • naleefbaar
  • afdwingbaar
  • controleerbaar        

De mediation eindigt met de ondertekening van de overeenkomst waarin de gemaakte afspraken zijn vastgelegd. Anders dan bij de mediationovereenkomst is de mediator zelf geen partij bij de eindovereenkomst. Daarin liggen immers de afspraken vast die partijen hebben gemaakt en die afspraken binden slechts de partijen en niet de mediator. Dat betekent dat de mediator deze eindovereenkomst niet zelf mee ondertekent.

 

Het is vereist dat de mediator de partijen in de gelegenheid stelt om zich, vóórdat zij de eindovereenkomst ondertekenen:

  • goed te laten realiseren welke afspraken zij hebben gemaakt (zij moeten daar eerst maar eens "een nachtje over slapen")
  • door deskundigen te laten informeren of hetgeen zij hebben afgesproken daadwerkelijk realiseerbaar is (is de overeenkomst niet in strijd met het recht; is hetgeen zij beogen te regelen wel fiscaal mogelijk?)

 

Dit heet "informed consent". In de eindovereenkomst moet zijn vermeld dat aan deze voorwaarden is voldaan.